Omdat we geen prikbord meer hebben op de site, moet het maar even op deze manier. Karline Malfliet (De Dijk 3) heeft een brief aan B&W gestuurd over de zendmast die is geplaatst aan de Bakkerstraat.
Goed zo!
Te paard, te wapen.
Zo'n mobiele zendmast staat straks ineens midden op de Smidshouk....
Jan Joling(15 April 2007, 23:21)
De CDA-fractie heeft onlangs over deze zaak schriftelijke vragen aan het College van B & W gesteld. Deze vragen en de antwoorden daarop vindt u op de website van CDA Ten Boer ( www.cdatenboer.nl )
Jan Joling.
Han Wind(16 April 2007, 19:30)
Goeie brief Karline. Ben erg benieuwd naar de reactie.
Henk Tammens( 1 May 2007, 22:21)
Onderstaande brief heb ik op 12 maart verzonden naar het college van B en W
12 maart 2007
College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Ten Boer
Hendrik Westerstraat 24
9791 CT Ten Boer
Geachte College,
Bij besluit van 18 januari 2006 heeft uw college aan Vodafone een bouwvergunning verleend tot het oprichten van een zendmast op het perceel Bakkerstraat 15, te Thesinge, plaatselijk bekend gemeente Ten Boer, I 1617. Uw college heeft tegelijkertijd besloten ten behoeve van de bouwvergunning een vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, WRO van de ter plaatse geldende bestemming �agrarisch bedrijf�� (bijlage I).
Met mijn brief van 8 maart 2007 heb ik voorlopig bezwaar aangetekend tegen dit besluit.
Bij deze vul ik de gronden van dit bezwaar aan.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van mijn bezwaar.
Ik ben mij er van bewust dat de bezwaartermijn van 6 weken, gelegen na 26 januari 2006, ruim is overschreden. Ik ben echter van oordeel dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 Awb omdat ik, op basis van de door uw college gedane publicaties, niet op de hoogte heb kunnen zijn van het feit dat aan de bouwvergunning een besluit tot het verlenen van vrijstelling ten grondslag heeft gelegen. Deze vrijstelling is vooral voor de mogelijke hoogte van het op te richten bouwwerk van essentieel belang. Bij gebrek aan een vrijstelling heb ik aangenomen dat het bij de op 26 januari 2006 gepubliceerde bouwvergunning ging om een kleinere antenne die past in de maximale bouwhoogte, en niet om een zendmast van de nu, na oprichting, zichtbare aanzienlijke afmetingen.
Ik heb vervolgens binnen twee weken nadat uit de bouwwerkzaamheden bleek dat het om een hele hoge ontsierende mast gaat alsnog bij u bezwaar aangetekend tegen het besluit zoals dat op 26 januari 2006 is gepubliceerd.
Ik voer over de door B&W gedane publicaties het volgende aan:
� In de Noorderkrant van 3 augustus 2005 (bijlage II) heeft een kennisgeving plaatsgevonden van een bouwaanvraag voor het oprichten van een zendmast op het adres �Moeshorn 15� te Thesinge, zonder nadere kadastrale aanduiding. Dit is ook het adres dat vermeld staat op de bouwaanvraag. Dit adres komt echter niet overeen met het adres Bakkerstraat 15, waar de uiteindelijk verleende bouwvergunning op ziet. Bovendien heeft verweerder is deze publicatie geen melding gemaakt van het feit dat de bouwaanvraag door uw college tevens opgevat wordt als een verzoek tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, WRO.
� In de Noorderkrant van 2 november 2005 (bijlage II) heeft publicatie plaatsgevonden van het voornemen van uw college om vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het bestemmingsplan �Buitengebied� voor het oprichten van een zendmast ten behoeve van telecommunicatie. In deze publicatie wordt geen enkele melding gemaakt van het perceel waar deze vrijstelling betrekking op heeft (niet eens van het gebied binnen de gemeente Ten Boer), van welke bepalingen vrijstelling wordt verleend, en waarom vrijstelling nodig is. Het kan gaan om alle percelen in het gehele bestemmingsplangebied, het kan gaan om alle bepalingen van dit bestemmingsplan, en er is geen enkel zicht op de aard en de omvang van de strijdigheid. Op deze wijze wordt de doelstelling van de in artikel 3:12, eerste lid, Awb, neergelegde publicatieplicht (in het kader van de algemene voorbereidingsprocedure mogelijke belanghebbenden op voorhand in staat stellen hun zienswijze naar voren te brengen) ondermijnd. Op basis van de nu door uw college gedane publicatie kon niemand weten of hij belanghebbende was, of niet, laat staan of er redenen waren te ageren tegen het voornemen tot het verlenen van vrijstelling. Ik ben van mening dat uw college op deze wijze niet heeft voldaan aan de verplichting tot het vermelden van de zakelijke inhoud van hun ontwerp besluit tot het verlenen van vrijstelling en daarmee het bepaalde in artikel 3:12 Awb heeft geschonden.
� In de Noorderkrant van 26 januari 2006 (bijlage IV) heeft publicatie plaatsgevonden van de bouwvergunning voor het oprichten van een zendmast t.b.v. telecommunicatie op het perceel Bakkerstraat 15 te Thesinge. Dit is dus een ander adres dan de eerder gepubliceerde Moeshorn 15. Bovendien wordt in deze publicatie geen melding gemaakt van het feit dat deze bouwvergunning is verleend onder gelijktijdige vrijstelling van de bestemmingsplan bepalingen.
� Tot slot wil ik naar voren brengen dat de gemeente ten Boer pretendeert alle publicaties bij te houden op haar web-site (onder persberichten en archief persberichten), maar dat zowel het bericht van 3 augustus 2005, als ook het bericht van 2 november 2005 op deze web-site ontbreken. Nu er geen melding wordt gemaakt van het feit deze site niet volledig is heb ik op de enige daarin opgenomen publicatie (die van 26 januari 2006) mogen vertrouwen. Zoals reeds aangegeven heb ik uit die publicatie geenszins kunnen afleiden dat het om een mast met een zodanige hoogte zou gaan dat deze slechts onder verlening van vrijstelling van de bestemmingsplanbepalingen zou kunnen worden opgericht.
Concluderend ben ik van mening dat de publicaties van uw college rondom deze zendmast dermate gebrekkig zijn geweest dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding van mijn kant. Daarbij benadruk ik nogmaals dat de gebrekkige inhoud van die kennisgevingen de oorzaak van de termijnoverschrijding is geweest. Als ik geweten had dat er tevens sprake was van een vrijstelling, was niet op voorhand uitgesloten geweest dat het om een grotere mast zou gaan, en had ik alleen al om die reden nader ge�nformeerd en direct bezwaar aangetekend. Ter ondersteuning van dit standpunt verwijs ik naar de uitspraak van de Raad van State van 25-01-2001, LJN: AB0765, JB 2001, 70.
Met betrekking tot de inhoud van het besluit.
Naar mijn mening ontbeert het besluit tot het verlenen van vrijstelling een goede ruimtelijke onderbouwing, zoals die wordt vereist in artikel 19, tweede lid, WRO.
Er is blijkbaar aansluiting gezocht bij een verticaal element in het landschap in de vorm van een rijtje forse populieren. Dit is wel een heel tijdelijk element nu het een feit van algemene bekendheid is dat dit soort bomen al na 35-40 jaar gekapt moeten worden en de betreffende bomen deze leeftijd al hebben, of in ieder geval al heel dicht naderen. Wat dan overblijft is een locatie midden in het open landschap direct achter het historisch waardevolle dorp Thesinge (ongeveer 200 meter) en direct naast een weide-natuurgebied (het Klunder ligt op < 200 meter). De bebouwing direct naast de mast bestaat uit een kleine en lage varkensschuur die, als je het vergelijkt met de grotere boerderijen in de omgeving, zeker niet aan te merken is als de meest geschikte bebouwing om de hoogte van de mast in ruimtelijk opzicht te maskeren; integendeel. Door het plaatsen van deze mast is alle bewoners die wonen aan de betreffende kant van het dorp Thesinge het vrije uitzicht naar achter ontnomen. De populieren staan in een verticale rij langs het weggetje uit het dorp en functioneren daardoor maar zeer beperkt als uitzichts-buffer tussen de mast en het dorp. Bovendien ziet men vanaf de weg door het dorp de historische kloosterkerk nu meestal met op de achtergrond een groot stuk zendmast. Dit is funest voor het historische karakter van het dorp en daarmee te kwalificeren als een grote blunder als je het bekijkt vanuit toeristisch/cultuurhistorisch perspectief. Tot slot wil ik opmerken dat het blijkbaar ook voor B&W uiterst ongebruikelijk is een zendmast op te laten richten in een buitengebied, direct naast een klein dorp, zonder hoge bebouwing, want nergens in de gemeente ten Boer, behalve nu in Thesinge, is daarvoor gekozen.
Blijkens het provinciaal beleid (voor zover op dit moment bij mij bekend) dienen zendmasten vanuit het perspectief van ruimtelijke ordening bij voorkeur opgericht te worden in stedelijk gebied, op industriegebieden, of in de nabijheid van autosnelwegen. Plaatsing in het open landschap dient zo veel mogelijk vermeden te worden om horizonvervuiling te voorkomen.
Ook als je uitgaat van het blijkbaar bij Vodafone bestaande belang om met de oprichting van een zendmast de mobiele ontvangst in het gebied rondom Thesinge te verbeteren, waren er naar mijn idee alternatieven die veel meer dan de nu gekozen locatie passen in dit provinciaal beleid. De zendmast had opgericht kunnen worden in de nabijheid van de rioolslibverwerkingsinstallatie te Garmerwolde, die in ruimtelijke zin niet te onderscheiden is van een industrieterrein en die al een hoge bebouwing kent (op 2 km afstand van de huidige locatie). Een ander laternatief zou een locatie naast de Eemshavenweg zijn, die op ongeveer 1.5 km afstand achter Thesinge langs loopt (de parkeerplaats, het viaduct?). Ik wil daarbij vermelden dat er naast de Eemshavenweg, ter hoogte van Noordwolde, op ongeveer 5 km afstand van de nu toegestane mast in Thesinge, al een vergelijkbare zendmast is geplaatst.
Bij beide alternatieven zou de gewenste verbetering van de mobiele ontvangst in de regio gecombineerd kunnen worden met oprichting van de mast op een locatie die ruimtelijk veel minder ontsierend is en bovendien veel minder mensen (of zelfs geen) in hun directe woongenot hindert.
Ik vraag mij af of B&W bij de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar bij de provincie Groningen dergelijke bestaande, en wel in het provinciaal beleid passende, alternatieven hebben betrokken. En of de provincie heeft geweten dat het verticale element waarbij bij de onderhavige locatiekeuze aansluiting is gezocht bestaat uit een aantal kaprijpe populieren.
Concluderend ben ik vooralsnog van mening dat de verleende vrijstelling in strijd is met het provinciaal beleid, dat de provincie door uw college onvoldoende is ge�nformeerd over de feitelijke situatie en daardoor op oneigenlijke gronden de verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven, en dat uw college onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de dorpsbewoners, waaronder mijn belang, bij het behoud van een vrij uitzicht. Deze vrijstelling had dus niet verleend mogen worden.
Met het vervallen van de vrijstelling komt ook de grondslag aan de verleende bouwvergunning te ontvallen.
Ik verzoek u mij zo snel mogelijk kopie�n toe te zenden van de aan het besluit van 18 januari 2006 ten grondslag liggende stukken en behoud mij het recht voor na ontvangst van deze stukken de door mij aangedragen bezwaargronden aan te vullen.
Hoogachtend,
H. Tammens
Molenweg 23
9797 PS Thesinge
karline malfliet( 8 May 2007, 21:15)
Inmiddels heb ik een antwoord ontvangen van B&W op de vragen in mijn brief over de zendmast. De mede ondertekenaars ontvangen van mij zsm een kopie van het antwoord. In het kort komt het er (naar verwachting helaas) op neer dat B& W zich beroepen op de regelgeving mbt het plaatsen van zendmasten, dat de mast "zeker geen afbreuk doet aan de authentieke uitstraling van Thesinge", en aangaande de procedure van publicaties dat dit conform de regels is. Zie mijn opmerking in mijn brief over de publicaties: tot tweemaal toe een foutief adres.
Verder hebben zij geen moment overwogen om Dorpsbelang in te lichten met daarbij uitleg over medeverantwoordelijkheid etc.
Misschien kan iemand van Dorpsbelangen ons kort informeren over wat er over de zendmast is gezegd tijdens het overleg van eind april?
Reacties
Goed zo!
Te paard, te wapen.
Zo'n mobiele zendmast staat straks ineens midden op de Smidshouk....
De CDA-fractie heeft onlangs over deze zaak schriftelijke vragen aan het College van B & W gesteld. Deze vragen en de antwoorden daarop vindt u op de website van CDA Ten Boer ( www.cdatenboer.nl )
Jan Joling.
Goeie brief Karline. Ben erg benieuwd naar de reactie.
Onderstaande brief heb ik op 12 maart verzonden naar het college van B en W
12 maart 2007
College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Ten Boer
Hendrik Westerstraat 24
9791 CT Ten Boer
Geachte College,
Bij besluit van 18 januari 2006 heeft uw college aan Vodafone een bouwvergunning verleend tot het oprichten van een zendmast op het perceel Bakkerstraat 15, te Thesinge, plaatselijk bekend gemeente Ten Boer, I 1617. Uw college heeft tegelijkertijd besloten ten behoeve van de bouwvergunning een vrijstelling te verlenen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, WRO van de ter plaatse geldende bestemming �agrarisch bedrijf�� (bijlage I).
Met mijn brief van 8 maart 2007 heb ik voorlopig bezwaar aangetekend tegen dit besluit.
Bij deze vul ik de gronden van dit bezwaar aan.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van mijn bezwaar.
Ik ben mij er van bewust dat de bezwaartermijn van 6 weken, gelegen na 26 januari 2006, ruim is overschreden. Ik ben echter van oordeel dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 Awb omdat ik, op basis van de door uw college gedane publicaties, niet op de hoogte heb kunnen zijn van het feit dat aan de bouwvergunning een besluit tot het verlenen van vrijstelling ten grondslag heeft gelegen. Deze vrijstelling is vooral voor de mogelijke hoogte van het op te richten bouwwerk van essentieel belang. Bij gebrek aan een vrijstelling heb ik aangenomen dat het bij de op 26 januari 2006 gepubliceerde bouwvergunning ging om een kleinere antenne die past in de maximale bouwhoogte, en niet om een zendmast van de nu, na oprichting, zichtbare aanzienlijke afmetingen.
Ik heb vervolgens binnen twee weken nadat uit de bouwwerkzaamheden bleek dat het om een hele hoge ontsierende mast gaat alsnog bij u bezwaar aangetekend tegen het besluit zoals dat op 26 januari 2006 is gepubliceerd.
Ik voer over de door B&W gedane publicaties het volgende aan:
� In de Noorderkrant van 3 augustus 2005 (bijlage II) heeft een kennisgeving plaatsgevonden van een bouwaanvraag voor het oprichten van een zendmast op het adres �Moeshorn 15� te Thesinge, zonder nadere kadastrale aanduiding. Dit is ook het adres dat vermeld staat op de bouwaanvraag. Dit adres komt echter niet overeen met het adres Bakkerstraat 15, waar de uiteindelijk verleende bouwvergunning op ziet. Bovendien heeft verweerder is deze publicatie geen melding gemaakt van het feit dat de bouwaanvraag door uw college tevens opgevat wordt als een verzoek tot het verlenen van vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, WRO.
� In de Noorderkrant van 2 november 2005 (bijlage II) heeft publicatie plaatsgevonden van het voornemen van uw college om vrijstelling te verlenen van de bepalingen van het bestemmingsplan �Buitengebied� voor het oprichten van een zendmast ten behoeve van telecommunicatie. In deze publicatie wordt geen enkele melding gemaakt van het perceel waar deze vrijstelling betrekking op heeft (niet eens van het gebied binnen de gemeente Ten Boer), van welke bepalingen vrijstelling wordt verleend, en waarom vrijstelling nodig is. Het kan gaan om alle percelen in het gehele bestemmingsplangebied, het kan gaan om alle bepalingen van dit bestemmingsplan, en er is geen enkel zicht op de aard en de omvang van de strijdigheid. Op deze wijze wordt de doelstelling van de in artikel 3:12, eerste lid, Awb, neergelegde publicatieplicht (in het kader van de algemene voorbereidingsprocedure mogelijke belanghebbenden op voorhand in staat stellen hun zienswijze naar voren te brengen) ondermijnd. Op basis van de nu door uw college gedane publicatie kon niemand weten of hij belanghebbende was, of niet, laat staan of er redenen waren te ageren tegen het voornemen tot het verlenen van vrijstelling. Ik ben van mening dat uw college op deze wijze niet heeft voldaan aan de verplichting tot het vermelden van de zakelijke inhoud van hun ontwerp besluit tot het verlenen van vrijstelling en daarmee het bepaalde in artikel 3:12 Awb heeft geschonden.
� In de Noorderkrant van 26 januari 2006 (bijlage IV) heeft publicatie plaatsgevonden van de bouwvergunning voor het oprichten van een zendmast t.b.v. telecommunicatie op het perceel Bakkerstraat 15 te Thesinge. Dit is dus een ander adres dan de eerder gepubliceerde Moeshorn 15. Bovendien wordt in deze publicatie geen melding gemaakt van het feit dat deze bouwvergunning is verleend onder gelijktijdige vrijstelling van de bestemmingsplan bepalingen.
� Tot slot wil ik naar voren brengen dat de gemeente ten Boer pretendeert alle publicaties bij te houden op haar web-site (onder persberichten en archief persberichten), maar dat zowel het bericht van 3 augustus 2005, als ook het bericht van 2 november 2005 op deze web-site ontbreken. Nu er geen melding wordt gemaakt van het feit deze site niet volledig is heb ik op de enige daarin opgenomen publicatie (die van 26 januari 2006) mogen vertrouwen. Zoals reeds aangegeven heb ik uit die publicatie geenszins kunnen afleiden dat het om een mast met een zodanige hoogte zou gaan dat deze slechts onder verlening van vrijstelling van de bestemmingsplanbepalingen zou kunnen worden opgericht.
Concluderend ben ik van mening dat de publicaties van uw college rondom deze zendmast dermate gebrekkig zijn geweest dat er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding van mijn kant. Daarbij benadruk ik nogmaals dat de gebrekkige inhoud van die kennisgevingen de oorzaak van de termijnoverschrijding is geweest. Als ik geweten had dat er tevens sprake was van een vrijstelling, was niet op voorhand uitgesloten geweest dat het om een grotere mast zou gaan, en had ik alleen al om die reden nader ge�nformeerd en direct bezwaar aangetekend. Ter ondersteuning van dit standpunt verwijs ik naar de uitspraak van de Raad van State van 25-01-2001, LJN: AB0765, JB 2001, 70.
Met betrekking tot de inhoud van het besluit.
Naar mijn mening ontbeert het besluit tot het verlenen van vrijstelling een goede ruimtelijke onderbouwing, zoals die wordt vereist in artikel 19, tweede lid, WRO.
Er is blijkbaar aansluiting gezocht bij een verticaal element in het landschap in de vorm van een rijtje forse populieren. Dit is wel een heel tijdelijk element nu het een feit van algemene bekendheid is dat dit soort bomen al na 35-40 jaar gekapt moeten worden en de betreffende bomen deze leeftijd al hebben, of in ieder geval al heel dicht naderen. Wat dan overblijft is een locatie midden in het open landschap direct achter het historisch waardevolle dorp Thesinge (ongeveer 200 meter) en direct naast een weide-natuurgebied (het Klunder ligt op < 200 meter). De bebouwing direct naast de mast bestaat uit een kleine en lage varkensschuur die, als je het vergelijkt met de grotere boerderijen in de omgeving, zeker niet aan te merken is als de meest geschikte bebouwing om de hoogte van de mast in ruimtelijk opzicht te maskeren; integendeel. Door het plaatsen van deze mast is alle bewoners die wonen aan de betreffende kant van het dorp Thesinge het vrije uitzicht naar achter ontnomen. De populieren staan in een verticale rij langs het weggetje uit het dorp en functioneren daardoor maar zeer beperkt als uitzichts-buffer tussen de mast en het dorp. Bovendien ziet men vanaf de weg door het dorp de historische kloosterkerk nu meestal met op de achtergrond een groot stuk zendmast. Dit is funest voor het historische karakter van het dorp en daarmee te kwalificeren als een grote blunder als je het bekijkt vanuit toeristisch/cultuurhistorisch perspectief. Tot slot wil ik opmerken dat het blijkbaar ook voor B&W uiterst ongebruikelijk is een zendmast op te laten richten in een buitengebied, direct naast een klein dorp, zonder hoge bebouwing, want nergens in de gemeente ten Boer, behalve nu in Thesinge, is daarvoor gekozen.
Blijkens het provinciaal beleid (voor zover op dit moment bij mij bekend) dienen zendmasten vanuit het perspectief van ruimtelijke ordening bij voorkeur opgericht te worden in stedelijk gebied, op industriegebieden, of in de nabijheid van autosnelwegen. Plaatsing in het open landschap dient zo veel mogelijk vermeden te worden om horizonvervuiling te voorkomen.
Ook als je uitgaat van het blijkbaar bij Vodafone bestaande belang om met de oprichting van een zendmast de mobiele ontvangst in het gebied rondom Thesinge te verbeteren, waren er naar mijn idee alternatieven die veel meer dan de nu gekozen locatie passen in dit provinciaal beleid. De zendmast had opgericht kunnen worden in de nabijheid van de rioolslibverwerkingsinstallatie te Garmerwolde, die in ruimtelijke zin niet te onderscheiden is van een industrieterrein en die al een hoge bebouwing kent (op 2 km afstand van de huidige locatie). Een ander laternatief zou een locatie naast de Eemshavenweg zijn, die op ongeveer 1.5 km afstand achter Thesinge langs loopt (de parkeerplaats, het viaduct?). Ik wil daarbij vermelden dat er naast de Eemshavenweg, ter hoogte van Noordwolde, op ongeveer 5 km afstand van de nu toegestane mast in Thesinge, al een vergelijkbare zendmast is geplaatst.
Bij beide alternatieven zou de gewenste verbetering van de mobiele ontvangst in de regio gecombineerd kunnen worden met oprichting van de mast op een locatie die ruimtelijk veel minder ontsierend is en bovendien veel minder mensen (of zelfs geen) in hun directe woongenot hindert.
Ik vraag mij af of B&W bij de aanvraag van de verklaring van geen bezwaar bij de provincie Groningen dergelijke bestaande, en wel in het provinciaal beleid passende, alternatieven hebben betrokken. En of de provincie heeft geweten dat het verticale element waarbij bij de onderhavige locatiekeuze aansluiting is gezocht bestaat uit een aantal kaprijpe populieren.
Concluderend ben ik vooralsnog van mening dat de verleende vrijstelling in strijd is met het provinciaal beleid, dat de provincie door uw college onvoldoende is ge�nformeerd over de feitelijke situatie en daardoor op oneigenlijke gronden de verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven, en dat uw college onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de dorpsbewoners, waaronder mijn belang, bij het behoud van een vrij uitzicht. Deze vrijstelling had dus niet verleend mogen worden.
Met het vervallen van de vrijstelling komt ook de grondslag aan de verleende bouwvergunning te ontvallen.
Ik verzoek u mij zo snel mogelijk kopie�n toe te zenden van de aan het besluit van 18 januari 2006 ten grondslag liggende stukken en behoud mij het recht voor na ontvangst van deze stukken de door mij aangedragen bezwaargronden aan te vullen.
Hoogachtend,
H. Tammens
Molenweg 23
9797 PS Thesinge
Inmiddels heb ik een antwoord ontvangen van B&W op de vragen in mijn brief over de zendmast. De mede ondertekenaars ontvangen van mij zsm een kopie van het antwoord. In het kort komt het er (naar verwachting helaas) op neer dat B& W zich beroepen op de regelgeving mbt het plaatsen van zendmasten, dat de mast "zeker geen afbreuk doet aan de authentieke uitstraling van Thesinge", en aangaande de procedure van publicaties dat dit conform de regels is. Zie mijn opmerking in mijn brief over de publicaties: tot tweemaal toe een foutief adres.
Verder hebben zij geen moment overwogen om Dorpsbelang in te lichten met daarbij uitleg over medeverantwoordelijkheid etc.
Misschien kan iemand van Dorpsbelangen ons kort informeren over wat er over de zendmast is gezegd tijdens het overleg van eind april?