door Haye van den Oever
geschreven te Thesinge (Rijksarchief Reg. Feith 1500, 54)
Rond 1840 vond een zekere Ds. P. Boeles uit Noorddijk als kaftvulling in een boek een document dat geregistreerd staat als “Fragment eener Kroniek, geschreven te Thesinge”. Het zijn slechts twee velletjes met tekst, waarin verslag wordt gedaan van allerlei oorlogshandelingen en wapenfeiten in onze regio in de 16e eeuw. Deze toevalstreffer wordt bewaard in het Groninger Archief.
Dr Boeles
In Noorddijk, bij Lewenborg staat een prachtige kerk. Op het kerkhof is een gietijzeren grafmonument te vinden ter nagedachtenis aan Dr. P. Boeles (1795 – 1875), predikant en publicist. Hij vertaalde delen van het Nieuwe Testament in het Fries en verzamelde materiaal voor een Groninger dialectenwoordenboek, dat werd gepubliceerd onder de titel “Idioticon Groninganum”.
door Haye van den Oever
28 oktober 2003 is alweer een tijdje geleden. Het was de datum waarop in de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen het publiek kon kennismaken met een nieuwe aanwinst: een rijk gedecoreerd manuscript, dat rond 1500 in het klooster Germania in Thesinge was vervaardigd.
Het handschrift is een op perkament geschreven gebedenboek in het middelnederlands.
Het opent met de getijden (=gebeden op vaste tijdstippen) tot alle heiligen. Dan volgen een serie gebeden, ingedeeld volgens het kerkelijk jaar – van Kerstmis tot Pasen – en enige reeksen gebeden tot een groot aantal heiligen. Het gebedenboek telt 138 bladen en is 11 x 16 cm groot. De randversieringen zijn de ‘vingerafdruk’ van het manuscript. Ik citeer Prof. Dr. Jos Hermans: “Een Gronings handschrift herken je aan ’t penwerk, aan de kriebellijntjes in de marge, zeg maar het getierelier in de marge.” De illustrator is waarschijnlijk de non Stine Duthmers, hoewel in een vergelijkbaar ander getijdenboek (Groningen, UB Hs. Add.274) ook de naam ‘Frans Maler’ wordt genoemd. Prof. Hermans suggereert een taakverdeling.
door Haye van den Oever
De kloosterkerk wordt aangeduid met de benaming Felicitaskerk - op een blauw bordje, links van de deur. Een onjuiste benaming, want het suggereert een type kerk. Het zou beter zijn geweest te vermelden dat de kloosterkerk aan de H. Felicitas is gewijd. Pas eind vorige eeuw is bekend geworden dat zij de patroonheilige van het klooster Germania was.
door Haye van den Oever
Eerste bewoning kan geplaatst worden in de eerste paar eeuwen n. Chr. In de Kapelstraat zijn in een sleuf, gegraven voor het aanleggen van riolering, zaden gevonden van vlas en hennep. Hennep deed als cultuurplant in Nederland pas zijn intrede vanaf het begin van onze jaartelling. Verder onderzoek van de sleuf duidde op veenontginning omstreeks de 11e en 12e eeuw. Ook zijn er diverse aardewerkfragmenten gevonden, waarvan de oudste dateren uit de 12e en vroeg-13e eeuw.
interessant spoor
Het meest interessante spoor was een zes meter brede kuil, die naast mest- en kleilagen vermalen eikenschors bevatte. Dit eikenschors, run geheten, werd gebruikt voor het looien van leer. Aan de run werd water toegevoegd en dit mengsel werd in dikke lagen op dierenhuiden gesmeerd om ze te looien. Het eindproduct was een stug soort leer, dat werd gebruikt voor het maken van zolen. Het soepele bovenleer werd gelooid met o.a. mest.
In de kuil lagen diverse resten leer. De grondsporen zijn gedateerd tussen de 12e en 13e eeuw.
door Haye van den Oever
De geschiedenis van Thesinge is onlosmakelijk verbonden met het klooster Germania wat hier eens heeft gestaan. De oudste, officiële, vermelding van het klooster is van 1283. In de kroniek van Emo en Menko van het klooster Wittewierum wordt in dat jaar de abt Menard(us) van Thiasingacloster genoemd. De stichting van het klooster door Hathebrand, honderd jaar eerder, is niet te bewijzen, maar aanneembaar. Het belangrijkste bewijsstuk, de Vita Sancti Hathebrandi, is echter grotendeels verloren gegaan. Een onnauwkeurige, 18e eeuwse transcriptie vermeldt het klooster Germerawald. Germania zou daar dan een latinisering van zijn. De Vita Sancti Hathebrandi, het levensverhaal van Hathebrand, in twaalf delen, is zeer waarschijnlijk pas na zijn dood geschreven, maar er is niet meer te achterhalen wanneer. In 1183 werd het moederklooster Feldwerd gesticht. Het laatste deel van de Vita Sancti Hathebrandi is aangevuld met een lijst van abten van Feldwerd, met jaartallen, lopende van 1183 tot 1198. Met gaat ervan uit dat het klooster van Thesinge in deze periode is gesticht.
Na 1400 werd in officiële geschriften het klooster niet meer aangeduid met de Latijnse naam Germania, maar wordt de naam Thiasingacloster gebezigd. Vanaf dit moment is de dorpsnaam Thesinge een feit. Ten tijde van de stichting van het klooster moet het stichtingsgebied een moerassige veenstreek zijn geweest, enigszins te vergelijken met het huidige buitendijkse kweldergebied in de buurt van Noordpolderzijl.
Tijdens de restauratie van de Kloosterkerk in 1973 bleek dat de kerk was gebouwd op houten palen, die tot in het grondwater waren geheid. Op telkens twee palen naast elkaar werd door de bouwers een boog gemetseld en daarop rustten de muren van de kloosterkerk.
