2013
2013
2013
2012
Het handschrift “Ommelands Eer”
Van Pater Franciscus Mijleman S.J.
Missionaris der Ommelanden
1639 – 1667
Het vierde kwart van de zestiende eeuw was voor het Thesinger klooster Germania een zware tijd. In de jaren tachtig van die eeuw werd het klooster drie maal overvallen. In 1581 werd na een overval door de geuzen een aantal nonnen in gevangenschap weggevoerd; in 1582 is er sprake van plundering door Spaanse soldaten en in 1584 werd het klooster na een overval vrijwel geheel verwoest. Tien jaar later vindt op 22 juli de Reductie van Groningen plaats: de capitulatie van de stad Groningen voor het leger van Maurits van Oranje en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenberg; het luidde de overgang in van Stad en Ommelanden naar het nieuwe protestantse bewind, gevolgd door de onteigening van alle bezittingen van de Rooms Katholieken.
2012
2012
2012
2011




2011
2011

2011
2010
Journalist Karin Sitalsing schreef een mooi artikel over de sluiting van 'ons' Jopje (Volkskrant 30-08-2010).
Klik
hier voor de pdf.

2005
geschreven te Thesinge (Rijksarchief Reg. Feith 1500, 54)
Rond 1840 vond een zekere Ds. P. Boeles uit Noorddijk als kaftvulling in een boek een document dat geregistreerd staat als “Fragment eener Kroniek, geschreven te Thesinge”. Het zijn slechts twee velletjes met tekst, waarin verslag wordt gedaan van allerlei oorlogshandelingen en wapenfeiten in onze regio in de 16e eeuw. Deze toevalstreffer wordt bewaard in het Groninger Archief.
Dr Boeles
In Noorddijk, bij Lewenborg staat een prachtige kerk. Op het kerkhof is een gietijzeren grafmonument te vinden ter nagedachtenis aan Dr. P. Boeles (1795 – 1875), predikant en publicist. Hij vertaalde delen van het Nieuwe Testament in het Fries en verzamelde materiaal voor een Groninger dialectenwoordenboek, dat werd gepubliceerd onder de titel “Idioticon Groninganum”.
2005
28 oktober 2003 is alweer een tijdje geleden. Het was de datum waarop in de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen het publiek kon kennismaken met een nieuwe aanwinst: een rijk gedecoreerd manuscript, dat rond 1500 in het klooster Germania in Thesinge was vervaardigd.
Het handschrift is een op perkament geschreven gebedenboek in het middelnederlands.
Het opent met de getijden (=gebeden op vaste tijdstippen) tot alle heiligen. Dan volgen een serie gebeden, ingedeeld volgens het kerkelijk jaar – van Kerstmis tot Pasen – en enige reeksen gebeden tot een groot aantal heiligen. Het gebedenboek telt 138 bladen en is 11 x 16 cm groot. De randversieringen zijn de ‘vingerafdruk’ van het manuscript. Ik citeer Prof. Dr. Jos Hermans: “Een Gronings handschrift herken je aan ’t penwerk, aan de kriebellijntjes in de marge, zeg maar het getierelier in de marge.” De illustrator is waarschijnlijk de non Stine Duthmers, hoewel in een vergelijkbaar ander getijdenboek (Groningen, UB Hs. Add.274) ook de naam ‘Frans Maler’ wordt genoemd. Prof. Hermans suggereert een taakverdeling.
2005
De kloosterkerk wordt aangeduid met de benaming Felicitaskerk - op een blauw bordje, links van de deur. Een onjuiste benaming, want het suggereert een type kerk. Het zou beter zijn geweest te vermelden dat de kloosterkerk aan de H. Felicitas is gewijd. Pas eind vorige eeuw is bekend geworden dat zij de patroonheilige van het klooster Germania was.
2005
Eerste bewoning kan geplaatst worden in de eerste paar eeuwen n. Chr. In de Kapelstraat zijn in een sleuf, gegraven voor het aanleggen van riolering, zaden gevonden van vlas en hennep. Hennep deed als cultuurplant in Nederland pas zijn intrede vanaf het begin van onze jaartelling. Verder onderzoek van de sleuf duidde op veenontginning omstreeks de 11e en 12e eeuw. Ook zijn er diverse aardewerkfragmenten gevonden, waarvan de oudste dateren uit de 12e en vroeg-13e eeuw.
interessant spoor
Het meest interessante spoor was een zes meter brede kuil, die naast mest- en kleilagen vermalen eikenschors bevatte. Dit eikenschors, run geheten, werd gebruikt voor het looien van leer. Aan de run werd water toegevoegd en dit mengsel werd in dikke lagen op dierenhuiden gesmeerd om ze te looien. Het eindproduct was een stug soort leer, dat werd gebruikt voor het maken van zolen. Het soepele bovenleer werd gelooid met o.a. mest.
In de kuil lagen diverse resten leer. De grondsporen zijn gedateerd tussen de 12e en 13e eeuw.

